Toekomstvisie Akropolis (VAA)



Op de Algemene Ledenvergadering van 2 maart 2020 heeft het nieuwe bestuur een uitgewerkte visienota besproken dat door de vergadering is vastgesteld. De visie is gebaseerd op de eerder besproken concepten van de ledenvergadering van juni 2019.

_______________________________________________________________

Vereniging Akropolis Amsterdam: ambities, overwegingen en keuzes

___________________________________________________________________________

Vooraf

De Vereniging Akropolis Amsterdam acteert in een dynamische maatschappelijke en politieke omgeving. Als resultaat van discussies in het bestuur en voorstel voor onze leden schetsen we hierbij de ambities, overwegingen en keuzes van onze vereniging. Deze notitie geeft de stand per januari 2020 en gezien genoemde dynamiek is periodiek een update wenselijk. De notitie bestaat uit drie onderdelen: (I) onze omgeving, (II)  Akropolis en (III) afwegingen en keuzes.

I ONZE OMGEVING 

Introductie

Afgelopen periode is door de rijksoverheid fors bezuinigd op zorg en ondersteuning van ouderen. Verzorgingshuizen verdwenen, verantwoordelijkheden zijn met kleinere budgetten overgedragen naar gemeenten en zorgtaken naar burgers zelf. De vergrijzing neemt toe en steeds meer senioren wonen zelfstandig. Komende jaren is er daarom een grote behoefte aan nieuwe vormen van levensloop bestendig wonen, tussen de geheel zelfstandige woning en het verzorgingshuis in. Het aanbod blijft sterk achter bij de vraag, het volume moet fors en snel omhoog. Het Rijk heeft in april 2019 de stimuleringsregeling Wonen en Zorg in het leven geroepen, speciaal bedoeld om de ontwikkeling van zelfstandige woonprojecten te versnellen. Voor deze informatie klik hier

Amsterdam: hoge ambities

Het percentage ouderen in Amsterdam groeit van 12% (2016) naar 16% (2030). Dat geeft problemen, mede omdat de traditionele verzorgingstehuizen in snel tempo verdwenen zijn en nog steeds verdwijnen. Het is noodzakelijk dat er meer woningen voor ouderen komen in de stad. Daarbij wil een groot aantal ouderen bij voorkeur in de eigen wijk blijven. 

Geclusterd zelfstandig wonen neemt in Amsterdam aan betekenis toe. De gemeente wil deze woonvorm ondersteunen en heeft haar visie vastgelegd in een raadsbrief (‘Geclusterd zelfstandig wonen voor ouderen in Amsterdam’, 9 juli 2019). De toewijzing van geclusterde woningen aan woongroepen moet effectief geregeld worden in de Amsterdamse huisvestingsverordening.

Er komt experimenteerruimte voor wooninitiatieven van ouderen in ontwikkelbuurten (Noord, Nieuw West en Zuidoost) en de bestaande voorraad.

Amsterdam is sinds 2015 aangesloten bij het netwerk Age-friendly Cities van de WHO.

De gemeente Amsterdam wil dat er de komende 20 jaar zo’n 40.000 woningen volgens het principe van de wooncoöperatie worden gerealiseerd. Dat komt neer op 10% van de totale woningvoorraad en gemiddeld 2000 woningen per jaar. Beoogd wordt dat deze coöperatieve woningen voor de helft in het sociale en voor de andere helft in het midden huursegment vallen. Dit zijn forse ambities, waarbij we vraagtekens kunnen zetten bij de haalbaarheid.

Insteek van de gemeente is dat ongeveer de helft nieuw wordt ontwikkeld en de helft bestaat uit oud-corporatiebestand. Dit laatste lijkt ingewikkeld, corporaties zullen niet snel geneigd zijn eigendom over te dragen tegen minder dan de marktwaarde. Dat is in Amsterdam voor wooncoöperaties financieel geen haalbare kaart voor woningen in het sociale huursegment. 

Volgens de gemeente is de inzet op wooncoöperaties een goede manier om betaalbare woningen te realiseren en duurzaam betaalbaar te houden, historisch de taak van woningcorporaties.

Collectief wonen: is dat wat we willen?

Op basis van leefstijl(onderzoek) is ongeveer 1 op de 5 (20%) 50-plussers een typische ‘samenlever’. Wie groepswonen overweegt, moet kritisch naar eigen leefstijl en karakter kijken, je gaat als het ware wonen in een dorpje in de stad. Crux en succesfactor is de sociale samenhang en die vergt toch een soort van gelijkgestemden. Intake en selectie zijn mede hierom van groot belang. Dat geldt zeker in Amsterdam, waar veel mensen primair een woning zoeken en snel hopen te vinden.

Doel is een woongemeenschap te vormen, waarbij bewoners op zichzelf kunnen zijn, maar ook met elkaar wonen; de gemeenschap wil verbindend, ondersteunend en stimulerend zijn. Specifiek voor senioren maakt dit het mogelijk om langer zelfstandig te wonen, actief te leven en eenzaamheid te bestrijden. 

Een gemeenschappelijk, collectief woonproject tot stand brengen vergt veel tijd, energie, kennis, samenwerking en geduld. Als belangrijke conditie voor succes is ondersteuning en (proces)begeleiding van de kopgroep/kwartiermakers in onze ogen onontbeerlijk. 

Wooncoöperatie: gemeenschap

Een wooncoöperatie is een vorm van collectief wonen, waarbij de bewoners samen vorm geven aan het zelfbeheer en zelfbestuur. Het is een gemeenschap waarin bewoners in meerdere of mindere mate dingen met elkaar delen. ‘Mentaal’ bijvoorbeeld in de vorm van een gedeelde identiteit, kijk op het leven of achtergrond. ‘Fysiek’ bijvoorbeeld door gemeenschappelijke ruimte(n), gezamenlijke voorzieningen of gemeenschappelijk ingekochte zorg. Het kan een kleine hechte gemeenschap zijn, maar ook een wat lossere groep.

De wooncoöperatie is opgenomen in de (herziening) Woningwet 2015 (op initiatief van Adri Duivesteijn), als alternatief voor het traditionele huren of kopen. De wooncoöperatie in de zin van de wet is een organisatie die activiteiten verricht van en voor leden van de doelgroep van beleid, richt zich niet op het maken van winst en is er dus primair in het belang van de volkshuisvesting.

De coöperatie die de gemeente Amsterdam voor ogen heeft is een zelfstandige wooncoöperatie van huurders uit het sociale en middensegment, die zelf de eigen woningen ontwikkelt, bewoont en beheert. De wooncoöperatie (waarin de huurders verenigd zijn) is hierbij de eigenaar van het vastgoed en de erfpachter. Het dagelijks bestuur van de coöperatie ligt bij de bewoners. De bewoners huren van de wooncoöperatie. De gemeente verwacht dat op deze manier meer mensen met een laag- of middeninkomen een woning kunnen verwerven en daarbij zeggenschapkrijgenover de manier van wonen, het ontwerp en beheer van het  gebouw. De wooncoöperatie heeft geen winstoogmerk, de woningen kunnen niet worden verkocht en zijn daarmee blijvend beschikbaar in het sociale en/of middensegment. Vrijgekomen woningen zijn alleen beschikbaar voor specifieke inkomensgroepen. 

Met de wooncoöperatie als vastgoedeigenaar ontwikkelen, besturen en beheren bewoners het wooncomplex en hun woningen samen. In Duitsland en Zwitserland is dat al lang gemeengoed en zijn de zgn. Genossenschaften zeer talrijk. Wie lid wordt van een wooncoöperatie, koopt via een collectieve hypotheek een aandeel van de coöperatie en huurt vervolgens van de coöperatie (in feite van zichzelf). De coöperatie is een aantrekkelijker beheervorm dan de VvE, het gaat om gezamenlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid versus ieder-voor-zich.

Ook bij Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) vervullen toekomstige bewoners zelf de rol van projectontwikkelaar. Wezenlijk verschil is het eindproduct. Bij CPO is dat een koopwoning, terwijl je bij een wooncoöperatie in een of andere vorm een bedrag moet investeren en een woning kan huren. Bij een CPO bouwen mensen samen een project, daarna krijgt iedereen zijn eigen appartement en wordt een VvE opgericht. Voor CPO-kavels rekent de gemeente een reguliere (marktconforme) grondprijs, omdat het altijd om koopwoningen gaat en niet om (sociale) huur. Een wooncoöperatie blijft een entiteit van haar leden. Voordeel hierbij is dat je bij een  coöperatie makkelijker kan instappen, mits je de basisinvestering wil en kan doen en de huurprijs kunt betalen. Bij een CPO moet je zelf een hypotheek aanvragen, bij een coöperatie doe je dat collectief. 

Lessen en condities

De geschiedenis leert dat het niet eenvoudig is om zelfbouw/CPO tot een goed einde te brengen. Het kost ontzettend veel tijd en energie, er het risico van onderlinge meningsverschillen, financiële tekorten c.q. uit de hand lopende kosten, gebrek aan expertise en er is een woud aan (gemeentelijke) regels. 

Vereniging Akropolis Amsterdam heeft de ambitie om (nieuwe) groepen te helpen organiseren en in het proces te faciliterenenteondersteunen. Dit mede in de context van de lessen en ervaringen met de Akropolistoren en inzending tender Archimedesplantsoen.

Ook de gemeente heeft het voornemen om “de Amsterdamse coöperaties intensieve begeleiding te bieden en te werken aan standaardisering, zodat niet elke coöperatie zelf het wiel opnieuw hoeft uit te vinden.”  

Vanuit oogpunt van betaalbaarheid is het cruciaal dat de gemeente daadwerkelijk lage grondtarieven gaat bieden, gelijk aan die van de corporaties (terwijl corporaties kunnen lenen tegen gunstiger rentetarieven). 

Een wooncoöperatie kent daarbij twee financiële hindernissen: vaak een hoger rentetarief (zakelijke markt) en geen individuele belastingvoordelen (renteaftrek). Daarbij komt dat coöperatieve projecten alleen gestapeld te financieren zijn (hypothecaire lening, eigen en vreemd vermogen, crowd-funding, subsidies).

Ook zou de gemeente projecten voor wooncoöperaties niet moeten tenderen, maar hiervoor andere, meer transparante methoden moeten hanteren. De overheid is al gauw bevreesd om te worden beticht van ongeoorloofde overheidssteun en/of oneerlijke concurrentie, maar dit moet op te lossen zijn, vergelijkbaar met toedeling (sociale) projecten aan woningcorporaties. 

Verder is de huidige, landelijke regelgeving niet goed toegespitst op de coöperatievorm. In de Woningwet 2015 wordt de wooncoöperatie beschouwd als gewone i.p.v. als coöperatieve vereniging. In het laatste geval kan je door de Belastingdienst worden aangeslagen als onderneming en kom je niet in aanmerking voor de korting die woningcorporaties mogen geven bij verkoop van bezit aan initiatieven van wooncoöperaties (vgl. verkoop complex corporatie Haag Wonen aan Woonvereniging Roggeveentraat). Overigens hebben wooncoöperaties als vereniging wel de mogelijkheid tot korting bij overdracht van bezit van woningcorporaties. 

Ook bent je als bewoner niet alleen huurder maar gelijktijdig ook eigenaar. Pas recent is door een uitspraak van de Raad van State duidelijk geworden dat je als coöperatiehuurder gebruik kunt maken van de regeling huurtoeslag. De toegankelijkheid van een wooncoöperatie voor mensen met een laag inkomen is kwetsbaar. Meedoen vergt substantiële voorinvesteringen, veel meer dan de hoogte van een collectieve (niet aftrekbare) hypotheek.

II AKROPOLIS 

Vereniging Akropolis Amsterdam 

Ons doel

Het actief bevorderen van de totstandkoming van coöperatieve woonvormen voor senioren die zijn gebaseerd op gemeenschapszin, zeggenschap en medeverantwoordelijkheid, waarbij het humanisme als richtsnoer dient.

Onze missie

VAA wil een actieve rol spelen in de ontwikkeling en beschikbaarheid van collectieve, duurzame, levensloop bestendige en betaalbare huisvesting voor senioren in Amsterdam.

VAA is partner voor coöperatieve wooninitiatieven, het faciliteren en ondersteunen van nieuwe groepen, gericht op

→ primair senioren 55+, mix andere leeftijdsgroepen niet uitgesloten;

→ primair huurwoningen in sociaal en middensegment, als onderdeel gedifferentieerd project zijn marktwoningen niet uitgesloten;

humanisme is richtsnoer en inspiratiebron, als basis voor prettig samenleven en een zekere

  mate van gelijkgestemden, maar mag niet leiden tot uitsluiting van mensen;

duurzaam bouwen en wonen om voetafdruk te verkleinen; zorg en aandacht voor aarde,

  natuur en dieren is wezenlijk onderdeel humanisme;

collectief/coöperatief wonen kan worden uitgebreid met andere zaken, passend bij en 

voortvloeiend uit woonconcept, zoals met zorg, energie, hulp en vervoer.

Onze kernwaarden

Bewoners hebben en houden eigen regie over hun leven, zij bepalen zoveel mogelijk zelf hoe en van wie ze betaalde of onbetaalde ondersteuning en zorg krijgen. Bewoners zijn tolerant, ze gaan zorgvuldig met elkaar om en respecteren andere opvattingen, culturen en diversiteit.  

Ze vormen een open gemeenschap waarin sociaal contact tussen bewoners, buurtgenoten en anderen wordt gestimuleerd, onder andere door gezamenlijke activiteiten. In een stedelijke, levendige en veelkleurige omgeving als Amsterdam streven we naar een gemeleerde samenstelling van bewoners. 

Alle beoogde bewoners zijn verplicht lid van onze Vereniging, straks coöperaties van bewoners.

Met alle belangstellende/geïnteresseerde kandidaten voeren weeen intakegesprek. Voor zowel de sociale huur als de middensegment huur gelden strikte inkomensgrenzen.

De toewijzing is straks niet alleen gebaseerd op inkomen en leeftijd, maar ook op een humanistische levensvisie en actieve bijdrage aan de coöperatie, aan het gezamenlijk wonen en de buurt. Gezien de Amsterdamse woningmarkt zij we ons ervan bewust dat lidmaatschap, deelname en huisvesting VAA door mensen ook gebruikt kan worden om van buiten de stad in Amsterdam een woning te krijgen. Een substantieel deel van de bewoners van de Akropolistoren komt van buiten Amsterdam.

Humanisme: kenschets

Het humanismeis een levensovertuiging waarbij mensen zélf zin en vorm geven aan hun bestaan. Zij beschouwen het universum als een natuurlijk verschijnsel en zijn van mening dat de mens is ontstaan uit de evolutie. 

Het humanistisch gedachtegoed is in Nederland diepgeworteld en wordt door miljoenen mensen in de wereld gedeeld, waaronder ook door gelovigen. Na het christendom en de islam is het humanisme de derde grootste levensbeschouwelijke stroming. Humanisten geloven in de kracht van de mens. Waarden als zelfbeschikking, gelijkheid, verdraagzaamheid, vrijheid en eigen verantwoordelijkheid staan centraal. Het is iedereen vrij om zijn of haar leven naar eigen inzicht vorm te geven, zolang dat niet ten koste gaat van anderen. Zorg en aandacht voor de aarde, natuur en dieren spelen ook een belangrijke rol. Ook dit is nu en in de toekomst van groot belang, gezien opwarming van de aarde. 

Vertaald naar de coöperatieve woongemeenschap betekent het dat de bewoners leven naar deze overtuiging, in vrijheid maar met respect en zorg voor elkaar en voor onze omgeving (inclusief de natuurlijke hulpbronnen).  Nabuurschap betekent dat de woongemeenschap deel uitmaakt van en haar bijdrage levert aan de buurt of wijk, waar mensen uit diverse geledingen, jong en oud, plezierig met elkaar samenleven. 

De humanistische waarden, normen en cultuur vormen de basis en het verbindende element van de woongemeenschap, zoals openstaan voor anderen en het respecteren van andere culturen, opvattingen en diversiteit. Hiermee sluiten we andere denominaties niet uit, mits onze basiswaarden worden onderschreven.

De Akropolistoren en de Coöperatieve Vereniging Bewoners Akropolistoren (CVBA) 

De doelstelling van VAA heeft in 2016-2017 gestalte gekregen in een concreet project, de Akropolistoren op het Zeeburgereiland met 86 woningen en een gemeenschappelijke ruimte. In de toren is iedere bewoner ‘baas in eigen huis’, vormen de bewoners een woongemeenschap en zijn er gemeenschappelijke doelstellingen, zoals een ‘goed nabuurschap’ en met elkaar activiteiten willen ontplooien.

Bij aanvang is in 2017 op initiatief van Vereniging Akropolis Amsterdam en de beoogde bewoners een coöperatieve vereniging (CVBA) opgericht met aspecten van een wooncoöperatie, een zgn. beheercoöperatie. In deze coöperatie hebben bewoners een grote mate van zeggenschap over het beheer, dagelijks onderhoud en verhuur van het woongebouw. De ledenraad bestaat uit 14 leden, is de spreekbuis van de bewoners en wordt via loting samengesteld, per etage wordt periodiek één bewoner ingeloot. De ledenraad heeft een onafhankelijke voorzitter en kiest het bestuur.

Het woongebouw is ontwikkeld door en eigendom van woningcorporatie de Alliantie en omvat 86 woningen, 43 in de sociale en 43 in de middenhuur. In de Samenwerkingsovereenkomst tussen CVBA en de woningcorporatie is onder meer vastgelegd dat de bewoners elkaar steunen bij het ouder worden en (mede)verantwoordelijkheid zijn voor het beheer van het woongebouw. 

Met dit doel zijn verschillende commissies opgericht, zoals een Entreecommissie, Technische commissie, commissie Sociaal beheer en leefbaarheid en een Communicatiecommissie.

De woningen zijn uitsluitend bestemd voor 55-plussers die zich kunnen vinden in het humanistische gedachtegoed, met elkaar willen samenleven in een woongebouw en actief bijdragen aan de opbouw en uitbouw van de woongemeenschap. 

Dat mensen hier samen kunnen wonen, samen activiteiten ondernemen, het woongebouw beheren en waar nodig voor elkaar zorgen, maakt het heel bijzonder en succesvol. De meeste bewoners in de Akropolistoren willen graag iets doen. Zo is er een eetclub, een wandelclub en een leesclub. 

De gemeente Amsterdam ondersteunt coöperatieve woonvormen en heeft ermee ingestemd dat de sociale huurwoningen rechtstreeks zijn aangeboden aan de leden van de Vereniging Akropolis Amsterdam, later de Coöperatieve Vereniging Bewoners Akropolistoren.

De CVBA biedt een structuur voor de bewoners om elkaar beter te leren kennen en gezamenlijk activiteiten te ondernemen. De woongemeenschap bevordert zelfredzaamheid en gaat eenzaamheid tegen.

III AFWEGINGEN EN KEUZES

Projecten

Wat de gemeente betreft gaat het bij wooncoöperaties om huurwoningen die blijvend beschikbaar zijn in het sociale en/of middensegment, waarbij de coöperatie eigenaar (vastgoed) en erfpachter (grond) is. Het gaat dus niet om eigen woningbezit/individuele koop. 

Door mee te doen met tenders wordt elke mogelijkheid van samenwerking met de gemeente uiterst moeizaam. Er mag niemand bevoordeeld worden, er is geen transparantie, de voorwaarden liggen keihard vast, er is geen uitwisseling over en weer mogelijk. Overigens staat dit haaks op het (democratiserings)beleid en de intentie van het college om samen te werken met burgers, betrokkenheid te vergroten en zeggenschap te faciliteren. Als VAA willen we derhalve niet meedoen aan tenders. Naast genoemde redenen kunnen we ons niet permitteren onze beperkte middelen (geld, tijd, menskracht) in te zetten voor volstrekt onzekere projecten. Wel kunnen we als medeopdrachtgever partij zijn van anderen die deelnemen aan tenders. 

De kosten c.q. financieringis een substantiële belemmering, zeker voor mensen die zijn aangewezen op een sociale huurwoning. De bereidheid tot financiering van banken in Nederland is laag, waardoor we zijn aangewezen op buitenlandse banken en dan nog is een substantiële (20-40%) eigen bijdrage nodig. Daarnaast is sprake van een zakelijke lening met een hogere rente en het missen van fiscale voordelen (hypotheek renteaftrek).

En last but not least gaat het om de grondprijs, hierover is nog geen enkele duidelijkheid. De grondprijs zou tenminste niet hoger moeten zijn dan die voor woningcorporaties en dan nog zijn zij beter af, vanwege de voordelige, geborgde leningen (rente afslag).

Met oog op projecten is het voor ons cruciaal om te investeren in een goede contacten en samenwerking in de driehoek gemeente, corporaties/verhuurders en VAA/bewonersinitiatieven.

De vraag en vooralsnog twijfelachtig is of woningcorporaties openstaan voor het overdragen van bezit (wooncomplex) en als ze eigendom willen overdragen hebben ze  toestemming nodig van de Autoriteit Woningcorporaties. De minister (Ollongren) wil het experiment met de verkoopregels vanuit woningcorporaties, dat eind 2018 zou aflopen, voor onbepaalde tijd verlengen. Daarnaast komt er een stimuleringsregeling om wooncoöperaties bij de financiering te ondersteunen. De concrete uitwerking van deze regeling laat nog op zich wachten, maar er is een bedrag voor gereserveerd in de rijksbegroting.

Tenslotte nog enkele overwegingen om als VAA op voorhand voorzichtig te zijn met projecten die in volledig eigendom van de wooncoöperatie moet worden ontwikkeld en beheerd.

1) Doorlooptijd nieuwbouwproject is 5 tot 7 jaar en vergt gedurende lange periode veel tijd, energie en uithoudingsvermogen van deelnemers. Gezien leeftijd (levensverwachting) en energie van senioren kan dit voor veel mensen een substantiële drempel zijn om in te stappen.

2) De bereidheid tot investeren van onze doelgroep is twijfelachtig, enerzijds door het ontbreken van voldoende financiële draagkracht (we richten ons op tenminste 50% sociale huurders) en anderzijds in verband met de overdraagbaarheid van vermogen (aan kinderen).

3) Zelf ontwikkelen vraagt veel kennis en vaardigheden, die zal niet of slechts te dele aanwezig zijn bij onze leden/doelgroep, zal daarom (deels) moeten worden ingehuurd, hetgeen substantiële kosten met zich meebrengt.

Een mogelijk variant is Medeopdrachtgeverschap (MO), doch heeft nu een reguliere grondprijs en condities. Hierbij ontwikkelt een professional (veelal architect of aannemer) een project samen met de toekomstige bewoners en dit zou een coöperatie kunnenzijn. Werving van deelnemers loopt veelal via de professional, maar kan heel goed via VAA/de coöperatie i.o. Bij MO worden risico’s en zeggenschap verdeeld tussen beide partijen, in samenhang met de mate van zeggenschap, en we doorlopen gezamenlijk de selectieprocedure. Voordeel voor VAA/coöperatie is dat we door de professionele partij gedeeltelijk worden ontzorgd bij het ontwikkel- en bouwproces. Bij de gemeente kunnen we verkennen of we als VAA ook via MO in aanmerking kunnen komen voor de condities (grondprijs, faciliteiten) van wooncoöperaties.

Principiële vraag

voor ons is of we eigendom van c.q. overdracht van eigendom aan een bewonerscoöperatie essentieel vinden om een succesvolle woongemeenschap van senioren te realiseren.  

In wezen gaat om substantiële en duurzame zeggenschap (en daarmee verantwoordelijkheid) van bewoners(collectief) in het beheer en de toewijzing van woningen. De gemeente lijkt uitdrukkelijk te kiezen voor eigendom. Wellicht doet ze dit vanwege de toekomstbestendigheid en omdat de gemeente zo meer grip heeft op de condities, ook als ‘concurrentie’ voor marktpartijen in het midden huursegment.

Onze doelgroep (senioren), de risico’s en de vaart die we willen maken met nieuwe projecten, pleiten er voor om ons als VAA primair te richten op beheercoöperaties van bewoners op basis van substantiële zeggenschap en autonomie. 

In tweede instantie, kunnen we ook inzetten op een eigen ontwikkeling en eigendom,  mits zich hiervoor een stevige groep koplopers/kwartiermakers heeft gevormd. Belangrijk kenmerk van coöperaties De Warren en De Meent is immers dat ze als collectief al veel langer – De Warren zelfs al vele jaren – actief waren alvorens als wooncoöperatie een project te starten. 

Dan is de vraag hoe vergaand de overdracht van zeggenschap en verantwoordelijkheid moet gaan. Dat zou maatwerk moeten zijn, afhankelijk van ambities van beoogde coöperatie(leden), vastgoedeigenaar, locatie/gebouw/cluster, etc.  Opzet en ervaringen van CBVA/Akropolistoren zijn hierbij zeer waardevol. 

Elementair punt is of het een coöperatie wordt met of zonder collectieve huurovereenkomst. Dit vraagstuk speelde indertijd ook bij de Akropolistoren, de Alliantie vond een collectieve huurovereenkomst toen te risicovol en de bewoners waren hierover niet eenstemmig. Cruciaalis in elk geval de woningtoewijzing, die binnen af te spreken kaders (kan een bindende voordracht zijn) sowieso door en aan leden van de bewonerscoöperatie moet gebeuren. Naast landelijke wetgeving (inkomenseisen en passend toewijzen) hebben we in Amsterdam ook te maken met gemeentelijke en regionale verordeningen. 

Verder spelen vragen als wie verantwoordelijk wordt voor het planmatig onderhoud, inclusief bijvoorbeeld de duurzaamheidsambities en (verdere) verduurzaming van het wooncomplex.  

In geval van een beheercoöperatie spelen drie te beantwoorden kernvragen: (1) wat is de ambitie en beschikbare inzet van de (leden/bewoners van de) coöperatie, (2) hoe en hoe vergaand faciliteert de eigenaar de zeggenschap van bewoners en (3) hoe geef je de relatie tussen coöperatie en eigenaar vorm en inhoud.

Mede op basis van de ervaringen met de Akropolistoren willen we na voltooiing van projecten de deelnemers vasthouden als lid van onze vereniging, dan wel een vaste relatie onderhouden met besturen van deze (beheer)coöperaties. Hierbij onderzoeken we hoe VAA waar nodig kan fungeren als belangenbehartiger van afgeronde projecten en opgedane kennis en ervaringen effectief kan worden ingezet bij nieuwe groepen en projecten.

Keuzes

A) Meest kansrijke inzet korte termijn

beheercoöperatie bestaand bezit via transformatie/herbestemming 

(incl. verzorgingshuizen, waarvan 2/3e in bezit van een corporatie) en 

nieuwbouw/verdichting (middellange termijn) in ontwikkelwijken met als leidraad:

1) zoals Akropolistoren met meer invloed in eerder stadium op woningen en woongebouw;

2) actieve, goed gefaciliteerde kopgroep/kwartiermaker in vroeg stadium;

3) op basis van onze maatschappelijke doelen zetten we in op huurwoningen in sociaal

    en middensegment;

4) we richten ons primair op senioren 55+ maar sluiten een meer diverse leeftijdsgroep binnen

    een project niet bij voorbaat uit, mits accent op (voorzieningen, behoeften) senioren ligt;

5) naast coöperatief wonen in een woongemeenschap voor/met senioren ook stevig inzetten

    op duurzaam (ver)bouwen en wonen (als een humanistische waarde) enbijdragen aan

    wederkerigheid met de (ontwikkelings)wijk/buurt;

6) collectieve ruimte als essentiële voorziening voor woongemeenschap;

7) aandacht voor delen/collectieve voorzieningen, zoals autodelen, logeerkamer, wasmachine;

8) halte OV en winkels op loopafstand (met rollator).

– gesprekken: Habion, Woonzorg Nederland, de Alliantie, Stadgenoot en AFWC/corporaties

   en !Woon/deelname Platform Wooncoöperaties

– verkenning/kennismaking: Amvest (eerdere samenwerking), gemeentelijk

   gebiedsmanagement ontwikkelingswijken (in Nieuw West, Zuidoost, Noord), etc.

B) Synchroon doen we een nadere verkenning naar de randvoorwaarden voor een eigen

ontwikkeling door wooncoöperatie, eventueel in medeopdrachtgeverschap

met een voorzet voor een leidraad: 

1) andere vormen dan tenderen, voorkeur 1-op-1 met transparant proces en flexibele

    randvoorwaarden

2) gereguleerde ‘sociale’ grondprijs;

3) duidelijkheid over financiering(arrangementen);

4) zekerheid over condities zoals huurtoeslag en de betaalbaarheid voor mensen die qua

    inkomen zijn aangewezen op sociale huur;

5) stevige groep kwartiermakers die groepsproces al heeft doorlopen;

6) onderzoek mogelijkheden overname bestaand bezit woningcorporaties, met name waar al

    ouderen wonen of dat geschikt is als ouderenwoning

Infrastructuur Vereniging Akropolis Amsterdam

Tenslotte is de infrastructuur van VAA van cruciaal belang. Deze wordt op korte termijn verstevigd, om op basis van gekozen richting snel verdere stappen te kunnen zetten. We hebben hierbij een top drie van prioriteiten.

1) Actieve ledenwerving vergt: ledenportaal/administratie, vragenlijst, incasso/machtiging.

2) Vragenlijst/inzicht leden: beginnen met huidig ledenbestand (gelijk opschonen) en aspirant-

  leden CVBA die staan ingeschreven voor een woning in de toren, verwerken/vastleggen.

3) Website: nieuwe domeinnaam akropolis-amsterdam en eenvoudige website laten maken. Akropolis als merknaam onderscheidend, nieuw logo nodig (ontwerp met brochure).

LB160220

3 thoughts on “Toekomstvisie Akropolis (VAA)”

  1. Ton Reijntjes schreef:

    “Wie lid wordt van een wooncoöperatie, koopt met eigen vermogen of via een collectieve hypotheek een aandeel van de coöperatie en huurt vervolgens in feite van zichzelf.” Deze zin snap ik niet helemaal. Moet iemand die huurt van WC zich inkopen?

  2. Ton Reijntjes schreef:

    “stimuleringsregeling Wonen en Zorg” deze tekst als link opnemen (https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/stimuleringsregeling-wonen-en-zorg-swz)

    1. Han Steketee schreef:

      is op de pagina verwerkt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *